Katoenboeren

90 % van de katoenboeren woont in ontwikkelingslanden. Veel van deze landen zijn sterk afhankelijk van de export van textiel en kledingproducten. In sommige landen is het aandeel van textiel in de totale export van industrieproducten enorm groot: Bangladesh (95%), Laos (93%), Macao (89%), Cambodja(83%), Pakistan (73%), Sri Lanka (71%), Nepal (61%). Soms moeten katoenboeren concurreren tegen gesubsidieerde katoenbedrijven in westerse landen. De oneerlijke prijzen hebben direct effect op hun levenstandaard.

Om het katoen te telen wordt er veel gebruik gemaakt van insecticiden en pesticiden. Ongeletterde boeren worden vaak voorgelogen over de effecten van deze pesticiden. Hen wordt verteld dat het gif niet gevaarlijk is en de gewasopbrengst verdubbelt. Als gevolg spuiten zij deze stoffen onbeschermd op hun gewassen, met alle gevolgen van dien voor hun gezondheid. Bovendien zijn de insecticiden en pesticiden die zij gebruiken hier in Europa allang verboden vanwege de toxiciteit. Een veel gebruikte pesticide is Monocrotophos, hier zit fosfor in, levensgevaarlijk voor mensen.  Te veel fosfaat kan gezondheidsproblemen zoals nierbeschadiging, osteoporose, neurotoxiciteit (oa. tong hangt gevoelloos in de mond), onvruchtbaarheid en problemen met de luchtwegen veroorzaken. Maar ook na enkele uren kan iemand al last krijgen van nare effecten zoals misselijk, buikpijn, slaperigheid.

Maar naast volwassen zijn er ook veel kinderen werkzaam op de katoenplantages. 9 van de 10 werknemers in de Indiase katoenteelt zijn kinderen tussen de 6 en de 14 jaar oud! Deze circa 400.000 kinderen werken gemiddeld zo’n 12 uur per dag voor minder dan 40 cent per dag!  Maarrrr, zo blijven onze kleren tenminste “lekker goedkoop!”.

Naast het spuiten van de insecticiden en pesticiden verrichten de plantage arbeiders veel ander fysiek zwaar werk voor een schamele opbrengst. Zo staan zij de hele dag in nare houdingen katoen te plukken.  En later in het seizoen worden hele balen op de rug versjouwd naar een lokale handels plek. De opbrengst van zo’n baal, die zwaar afhankelijk is van oneerlijke markwerking, is waar deze mensen een jaar lang voor hebben gezwoegd. Bovendien moeten zij hiervan dan weer de insecticiden en pesticiden kopen om hun nieuwe gewassen te “beschermen”.

De condities en omstandigheden van de katoenboeren zijn zo slecht dat in de afgelopen 5 jaar er 40.000 gevallen bekend zijn waarin de boer zelfmoord heeft gepleegd door van zijn eigen landbouwgif te drinken.

Dit bericht is geplaatst in Rechtvaardigheid. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.