Opinie: Economische groei is een religie |
32 hits |
(Verschenen in CV Koers, november 2006)
Economische groei moet. Partijen buitelen over elkaar heen om te laten zien dat hun plannen beter zijn voor het Bruto Nationaal Product, en de media fileren iedere politicus die het waagt om onze koopkracht aan te raken. We zijn niet tevreden als we volgend jaar niet méér verdienen.
Gek genoeg is er nauwelijks een verband te zien tussen geluk en economische groei, uitgedrukt in Bruto Nationaal Product per hoofd. Dat laten onderzoekers aan de Erasmus Universiteit zien, onder leiding van professor Ruut Veenhoven. “Uit enquêtes die al tientallen jaren worden afgenomen over de hele wereld, blijkt dat het welbevinden van mensen geen verband houdt met het BNP in hun land.” Natuurlijk is dat wel zo in arme landen, want als het BNP stijgt van €5.000 naar €10.000 per hoofd, is dat het verschil tussen een lege maag of een volle maag. “Maar in landen die een zekere levensstandaard hebben bereikt, draagt meer BNP niet bij aan een hoger geluksgevoel. Dat kunnen we statistisch aantonen. Nederlanders hebben hun koopkracht sinds de jaren ’50 verveelvoudigd, maar het gelukscijfer dat ze aan hun leven geven, is constant gebleven.”
“Logisch,” zegt Diederik Samson, PvdA-Kamerlid, “want in het BNP zijn gewoon alle economische transacties bij elkaar opgeteld. Als we meer gevangenissen moeten bouwen omdat er zo veel criminaliteit is, stijgt het BNP. Als we minder betaald gaan werken om vrijwilligerswerk te kunnen doen, of als we een giftige fabriek sluiten zodat er een natuurgebied wordt gered, daalt het BNP. Het is dus duidelijk dat dat cijfer niets met welzijn te maken heeft.”
De harde eis van de groei leidt wél tot een prestatiemaatschappij, waar een tiende van de beroepsbevolking last heeft van burnoutverschijnselen. Een maatschappij waar het aantal scheidingen (ook van samenwonenden) stijgt en waar het aantal vaste relaties in één mensenleven dramatisch omhoog schiet. Een maatschappij waar een miljoen mensen zeggen dat ze geen vrienden hebben. Een maatschappij waar een groot bedrijf als Stork moet worden gesplitst omdat twee buitenlandse investeerders dat lucratief vinden. Het is ook de maatschappij waar mensen het te druk hebben voor de kerk, te druk om hun buren te leren kennen of zich écht te verdiepen in de vluchtelingen in de wijk.
Consumptiegroei wordt gebruikt om deze problemen te sussen. Gadgets, luxe en diensten moeten ons gelukkig maken. Voor deze levensstijl wordt het hele ecosysteem opgeofferd. Een derde van het voedsel op aarde wordt gebruikt als veevoer en oerwouden moeten hiervoor wijken. Er zijn eindeloos veel voorbeelden van ontwrichte dorpen en regio’s omdat de productie omhoog moet: palmolie-, soja-, hout- en bananenplantages verrijzen in ontwikkelingslanden, maar de baten zijn niet voor de lokale bevolking. De strijdende partijen in Congo konden ineens meer wapens kopen toen de Playstation II werd geïntroduceerd, omdat daarin het metaal coltan uit Congo zat verwerkt. Groei leidt ook tot rijkdom: het eens zo arme India exporteert nu rijst. Helaas blijft het absoluut aantal hongerigen in dat land maar stijgen. Door economische groei blijft onze druk op de olie-, gas- en steenkolenvoorraden toenemen. We weten welke corrupte regimes we daarmee in het zadel houden, en we kunnen ook niet meer ontkennen dat de klimaatverandering ernstiger en ernstiger wordt – en dat de miljoenen klimaatvluchtelingen op een dag écht op de stoep staan.
Bijna iedereen is voor een beter milieu. We zien echter geen alternatief. “Als wij niet groeien, doet China het wel, en dan raken we in een crisis. Dan verdwijnen de banen.” Gek genoeg zeggen economen iets anders: het aantal banen hangt niet af van de hoogte van het BNP. Een onderzoeker van het Centraal Planbureau verduidelijkt: op korte termijn leidt economische neergang waarschijnlijk tot ontslagen, maar na enkele jaren is de werkgelegenheid weer op peil. De conclusie? We hoeven helemaal niet mee te groeien met China. (Nog afgezien van het feit dat een gemiddelde Chinees nog steeds twintig keer zo weinig verdient als een Nederlander.)
De elite wil echter vooruit. Geld en techniek zullen de problemen oplossen. “Groei móet,” zegt oud-minister Brinkhorst van Economische Zaken, “om de spanningen in de maatschappij te smeren, en om voldoende geld te binnen te halen om technologie en dynamiek te versterken.” Hij belijdt openlijk zijn “geloof in de menselijke vooruitgang”. Dát is zijn drijfveer. Maar om belangengroepen tevreden te houden, moet je ze ieder jaar méér geven, want “erst kommt das Fressen, dann die Moral”. Een andere weg is er niet, verkondigt hij, en dat is ook wat wij geleerd hebben: “je moet mee, want anders isoleer je je”, en: “de techniek zal de problemen wel oplossen”.
Natuurlijk zijn er tegenstemmen. “Ik vind het naïef en idealistisch”, zegt Bob Goudzwaard, “dat geloof in een eindeloze groei die tot de hemel reikt. Ik heb liever een realistische groei, organisch, zoals een boom.” Arbeidseconoom Paul de Beer (Universiteit van Amsterdam) vindt vooral het TINA-argument schadelijk. “Het zogenaamde There Is No Alternative, waar mensen als Brinkhorst een exponent van zijn. Die mensen zien hun model als de enige werkelijkheid, en vergeten dat er altijd aannames en keuzes aan ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld de aanname dat alleen in geld uit te drukken goederen van waarde zijn.”
We moeten de discussie niet aan theoretici overlaten. Er zijn talloze praktische voorbeelden van groepen burgers, kerken en bedrijven die een alternatieve weg inslaan, en zich niet laten leiden door geld of groei, maar door kwaliteit en relaties. Je moet het wel willen zien. Wat vaak het christendom wordt verweten, geldt intussen voor de neoliberale groeieconomie: het is gebaseerd op angst, het vraagt steeds grotere offers, het belooft een gouden toekomst, het negeert de wetenschappelijke feiten en het sluist macht en rijkdom door naar de top. Economische groei is niets meer en niets minder dan een misleidende religie geworden. Een religie, waar je je bij kunt aansluiten, en waar je je van kunt bekeren.
