Eenvoud zonder wetticisme |
159 hits |
Eenvoud wordt zelfs genoemd als de parel van het Evangelie. Maar wat houdt eenvoudig leven eigenlijk in?
Leef je eenvoudig als je geniet van genoeg? Als je in Utrecht Overvecht woont, met de trein reist en je, dwars tegen alle modetrends in, stug je tuinbroek uit '93 blijft dragen?
Onderstaand een gedeelte uit het Eenvoud-hoofdstuk waar Foster dieper ingaat op de vraag waarom eenvoud een must is, wat de valkuilen zijn (zeer herkenbaar!) en op welke manier zij bevrijdend kan werken.
Een plek om te staan
Archimedes zei ooit 'Geef me een plek om te staan en ik zal de aarde bewegen.' Zo'n centraal punt is van belang bij de beoefening van het geestelijk leven in al zijn aspecten, maar in het bijzonder bij de eenvoud. Van alle aspecten van ons leven is eenvoud de meest zichtbare en daarom staat deze ook het meest bloot aan bederf. De meeste christenen hebben nog nooit met het probleem van de eenvoud geworsteld om de simpele reden dat men de vele uitspraken van Jezus over dit onderwerp domweg negeert. De reden hiervoor is duidelijk: eenvoud vraagt van onze welvarende levensstijl een hoge prijs. Maar wie de bijbelse vermaningen over de eenvoud ernstig nemen, worden geconfronteerd met een sterke verzoeking die ons de kant van het wetticisme op wil dwingen. In een oprechte poging om metterdaad gestalte te geven aan wat Jezus leerde over geld en goed, neigen we er licht toe om onze vertolking van dit onderricht te verwarren met het onderricht zelf. We dragen deze kleding of kopen dat soort huis en canoniseren onze keuze als dé eenvoudige levensstijl. Dit gevaar maakt het extra belangrijk om een duidelijk Archimedisch punt te zoeken, van waaruit we omgaan met het begrip eenvoud.
Zo'n centraal punt vinden we in Jezus' woorden in Mattheus 6:25-33: 'Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? 26 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? 27 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen? 28 En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. 29 Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. 30 Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? 31 Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” 32 – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. 33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
Het kernpunt voor de beoefening van de eenvoud ligt in het a priori zoeken van Gods koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Alles wat verder nodig is, komt dan te gelegener tijd. We kunnen aan deze woorden van Jezus niet zwaar genoeg tillen. Alles hangt af van of we de 'eerste dingen' ook werkelijk de eerste plaats toekennen. Niets mag voorrang krijgen boven het koninkrijk van God, zelfs niet ons verlangen naar een eenvoudige levensstijl.
Als eenvoud belangrijker wordt dan het zoeken van het Koninkrijk, verwordt ze tot een afgod. In een bijzonder indringend commentaar op deze passage uit het evangelie denkt Soren Kierkegaard na over op wat voor manieren we eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid zoeken. Betekent dit dat we proberen een baan te krijgen waarmee we goede invloed uit kunnen oefenen? Zijn antwoord is: 'Nee, we moeten eerst het koninkrijk van God zoeken. 'Zullen we dan al ons bezit aan de armen geven? Opnieuw is het antwoord: 'Nee, gij zult eerst Gods koninkrijk zoeken. 'Zullen we er dan op uitgaan om deze leer aan de wereld te verkondigen? Opnieuw is het antwoord luid en duidelijk: 'Nee, gij zult eerst het koninkrijk van God zoeken.' Kierkegaard concludeert: 'Maar dan is er in zekere zin niets wat ik zal doen. Ja, inderdaad, in zekere zin is er niets, wordt niets voor God, leer stil te zijn; in de stilte ligt het begin, van het eerst zoeken van het koninkrijk van God...'
Als onze aandacht gericht is op het koninkrijk, ontspruit in ons de innerlijke werkelijkheid, en zonder die innerlijke werkelijkheid zakken we af tot wettische onbenulligheid. Niets anders kan centraal staan. Het verlangen om niet meer geleefd te worden kan niet centraal staan, noch de herverdeling van de welvaart, noch de zorg om het milieu. Alleen het eerst zoeken van Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, zowel in het sociale als in het persoonlijke leven, verdient deze centrale plaats in de christelijke eenvoud.
Wie niet allereerst dat koninkrijk zoekt, zoekt in het geheel niet naar dat rijk. Hoe waardevol allerlei andere vormen van betrokkenheid ook mogen zijn, zodra deze het doel van onze inspanningen worden, worden ze afgoden voor ons. Als we ons geheel op deze vormen concentreren zullen we er vroeg of laat toe komen, te verklaren dat deze of die specifieke activiteit de christelijke eenvoud bij uitstek is. Maar wanneer het koninkrijk Gods werkelijk de eerste plaats heeft, zullen de zorg om het milieu, om de armen, om meer rechtvaardige verdeling van de rijkdom en vele andere dingen de juiste aandacht ontvangen.
Zoals Jezus duidelijk maakt in de hiervoor geciteerde tekst, is de bevrijding van bezorgdheid een van de innnerlijke blijken van die gerichtheid op Gods koninkrijk. De innnerlijke realiteit van de eenvoud resulteert in een leven dat vrolijk onbekommerd is ten aanzien van materiele bezittingen. Noch de gierigaard noch de vrek kennen deze vrijheid. Het heeft niets te maken met een teveel of tekort aan bezit. Het is een innerlijke houding van vertrouwen. Het naakte feit of iemand zonder veel bezittingen leeft is nog geen garantie dat hij of zij in eenvoud leeft. Paulus leert ons dat geldzucht de wortel van alle kwaad is, en vaak ontdek ik dat zij die het minste daarvan hebben er het meest van houden. Een mens kan naar buiten toe een eenvoudige levensstijl aannemen en toch vervuld zijn van bezorgdheid.
Omgekeerd brengt rijkdom ook niet vanzelf bevrijding van die bezorgdheid. Kierkegaard schrijft: 'Rijkdommen en overvloed komen, huichelachtig gekleed in schaapskleren, om ons wijs te maken dat zij een beveiliging vormen tegen bezorgdheid en dan worden zij zelf het voorwerp van onze bezorgdheid... zij beveiligen ons ongeveer even goed tegen bezorgdheid als de wolf die de schapen moet weiden de schapen beveiligt... tegen de wolf...'
Vrij zijn van bezorgdheid kenmerkt zich door een innnerlijke houding die drie aspecten vertoont. Als we datgene wat wij hebben als gave ontvangen, als het dus Gods zorg is, en als we bereid zijn het onze met anderen te delen, dan kennen we werkelijk dat bevrijd zijn van bezorgdheid. Dit is de innerlijke werkelijkheid van de eenvoud. Menen we echter dat datgene wat we hebben, door onszelf verworven is en dat we het moeten vasthouden, en zijn we niet bereid daarvan met anderen te delen, dan leven we in voortdurende bezorgdheid. Zulke mensen zullen de eenvoud nooit werkelijk kennen, hoezeer ze zich ook de moeite geven om de uiterlijke schijn van de eenvoud op te houden.
Het eerste kenmerk van de innnerlijke houding van eenvoud is dat we datgene wat we hebben beleven als gave die we van God hebben ontvangen. We werken, maar we weten dat niet ons werk geeft wat we hebben. We leven van genade. Zelfs als het aankomt op het 'dagelijks brood'. We zijn van God afhankelijk in de meest elementaire zaken van ons bestaan: lucht, water, zon. Wat we hebben is niet het resultaat van onze inspanning, maar van Gods genadige zorg. Wanneer we geneigd zijn te denken dat het onze het resultaat van onze persoonlijke inspanningen is, is er maar een beetje droogte of een klein ongeluk voor nodig om ons opnieuw te laten zien hoe uitermate afhankelijk wij in alles zijn.
Het tweede kenmerk van de innerlijke eenvoud is de overtuiging dat het niet onze, maar Gods zaak is, om zorg te dragen voor al wat wij hebben. God is in staat om dat wat wij bezitten te beschermen. Wij kunnen op hem vertrouwen. Dat betekent natuurlijk niet dat we onze deuren niet hoeven af te sluiten of de autosleuteltjes zorgeloos in het contact kunnen laten zitten. Maar we weten dat het niet ons huisdeurslot is, dat ons beschermt. Het is een zaak van gezond verstand om de gebruikelijke preventiemaatregelen te treffen, maar als we op onze voorzorgsmaatregelen moeten vertrouwen, leven we in voortdurende angst en zorg. Er bestaat nu eenmaal geen absolute beveiliging tegen inbraak. Vanzelfsprekend beperkt zich dit niet alleen tot ons bezit, maar omvat ook zaken als onze reputatie of onze baan. Eenvoud betekent de vrijheid om in dit alles op God te vertrouwen.
Het derde kenmerk van werkelijke eenvoud is dat we het onze ter beschikking van anderen stellen. Als onze goederen niet beschikbaar zijn voor de gemeenschap, wanneer dat duidelijk goed en nuttig zou zijn, zijn het gestolen goederen. De reden dat we vaak zo'n moeite met deze gedachte hebben, is onze vrees voor de toekomst. We hangen aan ons bezit, liever dan ervan te delen, omdat we ons zorgen maken voor de dag van morgen. Maar als we werkelijk geloven dat God is wie Jezus zei dat Hij is, hoeven we niet bang te zijn. Als we God leren zien als de almachtige Schepper en als de Vader die ons liefheeft, dan kunnen we delen omdat we geloven dat Hij voor ons zorgt. Als iemand in nood is, weten we ons vrij om te helpen. En ook hier geldt dat het gezonde verstand de grenzen weet en ons weerhoudt van onverantwoordelijke dwaasheden.
Wanneer we eerst het koninkrijk van God zoeken, zullen deze drie aspecten ons leven kenmerken. Samen geven zij aan wat Jezus bedoelt met de woorden 'maakt u niet bezorgd.' Ze omvatten de innerlijke realiteit van de christelijke eenvoud. En we mogen er zeker van zijn dat als wij zo leven, 'al het andere' dat nodig is voor een volwaardig menselijk leven, ons geschonken zal worden.
uit: Richard Foster, Het feest van de navolging (1997)
