Nederland op vier na grootste wapenexporteur |
14 hits |
(dit artikel is ook geplaatst in het Nederlands Dagblad, 4 juli 2007)
Komende woensdag behandelt de Tweede Kamer het rapport over de wapenexportvergunningen die zijn afgegeven in 2005 en de eerste helft van 2006, met een totale waarde van € 1,61 miljard. Dat is veel, ook op wereldschaal, blijkt uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van SIPRI. Volgens dit gerenommeerde Zweedse instituut was Nederland in de afgelopen zeven jaar op vijf na de grootste, en in 2006 zelfs op vier na de grootste wapenexporteur ter wereld. Per hoofd van de bevolking stond Nederland vorig jaar bovenaan, voor Zweden, Duitsland, Rusland, de VS en Frankrijk.
“Het zegt niet zo veel, dergelijke lijsten,” meent Ineke Dezentjé Hamming, woordvoerder van de VVD in de Commissie Economische Zaken. “We hebben hier in Nederland natuurlijk geen bommen- en granatenfabrieken meer. Onze export bestaat vooral uit overtollig materieel, schepen, voertuigen, en bovendien uit echt hoogwaardige R&D.” Ook het Ministerie van Economische Zaken laat weten dat ruim de helft van de vergunningwaarde over 2005 uit overtollig materieel van de Nederlandse strijdkrachten bestond. Bovendien worden bijna alle wapens verkocht aan “nette” landen, zoals onze NAVO-partners.
Daan Schoemaker van Amnesty International, dat zich met IKV Pax Christi, Oxfam Novib en Unicef heeft verenigd in de Control Arms-coalitie, is echter zeer kritisch. “Ik ben niet tegen alle wapenhandel, maar er komen nu wel degelijk verkeerde wapens terecht in landen waar mensenrechtenschendingen plaatsvinden”, vertelt. Een groot probleem volgens Schoemaker betreft de export van componenten naar landen die de wapens zelf exporteren. Dit is vaak hoogwaardige technologie en moeilijk te traceren. Philips produceert bijvoorbeeld cockpitapparatuur voor Apaches. Stork produceert landingsgestellen voor Apaches en F-16's en onderdelen van raketten. Fokker Elmo produceert onderdelen van Hell Fire-missiles. Thales levert onderdelen van ammunitiesystemen voor Apaches en onderdelen van antitankwapens.
Schoemaker: “Dit zijn wapens die in conflictzones vaak tot mensenrechtenschendingen leiden. Nederland levert veel aan de Verenigde Staten, maar die leveren weer aan Israel, Pakistan, India, Colombia, Saoedi-Arabië, landen waar Nederland zelf heel terughoudend in is. Waarom eist Nederland geen eindbestemmingscertificaat, zoals bijvoorbeeld Amerika ook doet? Nederland zou altijd zicht moeten hebben op de eindbestemming van de geleverde componenten.”
Volgens Martin Broek van de stichting Campagne tegen Wapenhandel is de Gedragscode inzake de Wapenexport niet strikt uitgevoerd. “Een bekend voorbeeld is de coup in Thailand, afgelopen jaar. Op de voorpagina's konden we de M60-tanks zien waar Nederland de wielen voor levert. Niet naar spanningsgebieden exporteren, dat is dus mislukt. Ook is er bijvoorbeeld nachtzichtapparatuur aan Kameroen geleverd.”
Doorvoer
Volgens een woordvoerder van de directie Handelspolitiek / Exportcontrole van het Ministerie van Economische Zaken is het vooral de doorvoer waardoor we als handelsnatie zo hoog uitkomen. “Die doorvoer kunnen we niet volledig controleren, we gaan het werk van onze NAVO-partners niet overdoen.”
“Het is juist wél belangrijk dat de gedragscode op de doorvoer wordt toegepast”, zegt Broek. “Vanuit Nederland gaan grote hoeveelheden munitie naar Israël. Het dictatoriale Kazachstan ontving in december 2005 ruim vijfduizend Tsjechische traangasgranaten via Schiphol. Kenia, Pakistan en Peru ontvingen via Nederlands grondgebied eveneens vele tienduizenden stuks munitie.”
Volgens Schoemaker kennen verschillende landen zoals Spanje, Finland, Oostenrijk en ten dele ook Frankrijk een vergunningsplicht voor doorvoer. “En de Amerikanen, die controleren zelfs in Rotterdam wat er de containers ingaat. De doorvoer is al honderden keren aangekaart door de Kamer. De rechtse partijen willen dit echter niet, omdat het te veel rompslomp is en slecht voor de economie.”
“Bühnenummers”, vindt Dezentjé Hamming van deze voorstellen. “Ik heb in de haven van Rotterdam gewerkt en ik weet dat je niet alle containers kunt openmaken. Ik hoor overal juist geluiden dat Nederland de criteria heel streng hanteert. Dat moet ook. Maar strenger dan de internationale codes hoeft niet, want ik vind dat Nederland niet naar minder landen zou mogen exporteren dan andere EU-landen.”
Economie
“We gedragen ons weer typisch als handelsnatie”, vindt Krista van Velzen (SP). “Wapens zijn geen gewone goederen, daar moeten we extra kritisch op zijn. En dat is mislukt. Nu zijn er weer onderdelen van tanks terechtgekomen in Eritrea.”
Onze economie vaart er wel bij. Gemiddeld levert militaire productie een totale Nederlandse omzet op van € 1,7 miljard per jaar, schrijft het Ministerie in een rapport aan de Kamer, en er zijn zo'n 11.000 banen mee gemoeid.
“Gelijke monniken, gelijke kappen”, zegt Roland Kortenhorst van het CDA daarom. “We moeten ons houden aan de Europese gedragscode, maar als wij als enige strenger zijn, zou dat Nederlandse bedrijfsleven verzwakken. Het zou jammer zijn als wij daardoor banen verliezen.” Is het niet erg om welvaart te creëren door wapens te maken? “De productie van wapens is op zichzelf natuurlijk een legitieme industrie.” Kortenhorst is daarom blij dat de Europese landen ook hierin meer gaan samenwerken. “Onze industrie zou veel sterker kunnen zijn. We zijn nu niet concurrerend genoeg op de wereldmarkt voor wapens.”
Het gerenommeerde onderzoeksbureau SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute) waarschuwt echter voor de wereldwijde wapenproductie, die in tien jaar tijd met 37% is toegenomen. Onderzoeksleider Elisabeth Sköns: “De VS en de EU blijven enorme hoeveelheden wapens verkopen aan het Midden-Oosten, ook al weet iedereen hoe explosief die regio is. Bovendien kunnen we ons afvragen hoe kosteneffectief wapenproductie is om veiligheid te creëren. Met een fractie van dat geld voor gezondheidszorg zouden we miljoenen levens kunnen redden.”
